Achtergrondartikel
Elektrisch gereedschap keuren: hoe vaak is nodig?
In het kort
- Art. 7.4a Arbobesluit eist keuring zo vaak als nodig is, maar noemt geen vaste termijn en geen norm.
- NEN 3140 en NEN-EN 50699:2020 gaan uit van een termijn die u bepaalt op basis van gebruik, omgeving en eerdere keuringsresultaten.
- Na reparatie hoort een keuring volgens NEN-EN 50678:2020 voordat het apparaat weer in gebruik gaat.
- Registreer elke keuring en maak voor de gebruiker zichtbaar of een apparaat gekeurd is.
"Hoe vaak moet ik mijn gereedschap laten keuren?" is een van de meest gestelde vragen over NEN 3140. Het eerlijke antwoord is dat er geen wettelijk vast getal bestaat. Wel is er een duidelijk kader waarmee u zelf een verdedigbare termijn bepaalt. In dit artikel leest u wat de wet vraagt, hoe de normen daarop aansluiten en welke factoren de termijn bepalen.
Het gaat hier om elektrische arbeidsmiddelen: handgereedschap, verlengsnoeren, haspels, kantoor- en keukenapparatuur, meetapparatuur en verplaatsbare machines. Voor de vaste installatie gelden andere afwegingen; zie inspectietermijn voor de elektrische installatie bepalen.
Wat zegt de wet? Arbobesluit artikel 7.4a
De keuringsplicht voor arbeidsmiddelen staat in art. 7.4a van het Arbobesluit. Kort samengevat:
- Arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die tot verslechtering kunnen leiden, en waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, moeten worden gekeurd zo vaak als nodig is om de goede staat te waarborgen.
- Na uitzonderlijke gebeurtenissen die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid, zoals ongevallen, veranderingen aan het arbeidsmiddel of langdurige buitengebruikstelling, is een extra keuring nodig.
- De keuring gebeurt door een deskundige persoon of instelling.
- Schriftelijke bewijsstukken van de keuringen zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder.
Het artikel noemt geen interval, geen norm en geen certificaat. Een CE-markering vrijwaart een apparaat ook niet van keuring tijdens het gebruik. Meer over de wettelijke basis leest u op de pagina wet- en regelgeving.
NEN 3140 en NEN-EN 50699: de termijn volgt uit het risico
NEN 3140:2011+A3:2019 is de gangbare invulling van art. 7.4a voor elektrische arbeidsmiddelen. De Nederlandse Arbeidsinspectie ziet de norm als stand der techniek. Voor de keuring zelf verwijst de praktijk steeds vaker naar NEN-EN 50699:2020, de Europese norm voor de terugkerende keuring van elektrisch materieel. Die norm is alleen in het Engels beschikbaar en geldt voor apparatuur die op eindgroepen wordt aangesloten, tot 1000 V wisselspanning (1500 V gelijkspanning) en 63 A. Lasapparatuur (NEN-EN-IEC 60974-4) en medische apparatuur hebben eigen normen.
Deze normen beschrijven vooral hóe u keurt: visuele inspectie, metingen zoals beschermingsleiding, isolatieweerstand en lekstroom, een functiecontrole en de vastlegging. Hoe vaak u keurt, blijft een afweging die de werkgever maakt op basis van risico. Die afweging legt u vast, zodat u haar kunt uitleggen aan een inspecteur, auditor of verzekeraar.
Welke factoren bepalen de keuringstermijn?
Bij het bepalen van de termijn kijkt u naar de kans dat een apparaat tussen twee keuringen een gevaarlijk gebrek krijgt, en naar de gevolgen daarvan. De belangrijkste factoren:
| Factor | Pleit voor een kortere termijn | Pleit voor een langere termijn |
|---|---|---|
| Gebruiksintensiteit | Dagelijks, door meerdere gebruikers | Incidenteel gebruik |
| Omgeving | Bouwplaats, buiten, vocht, stof, metaalspanen | Droge kantooromgeving |
| Mechanische belasting | Vaak verplaatst, gevallen, over vloeren getrokken | Vast op één plek opgesteld |
| Type apparaat | Handgereedschap, verlengsnoeren, haspels | Vast opgestelde apparatuur met weinig bewegende snoeren |
| Gebruikers | Wisselende of ongeschoolde gebruikers | Vaste, geïnstrueerde gebruikers |
| Foutpercentage vorige keuring | Relatief veel afgekeurde apparaten | Vrijwel geen afkeur |
Het foutpercentage is een bruikbare terugkoppeling. Blijkt bij een keuringsronde dat een opvallend deel van een groep apparaten is afgekeurd, dan was de termijn voor die groep waarschijnlijk te lang. Keurt u jaar na jaar vrijwel niets af in een rustige omgeving, dan kunt u met onderbouwing een langere termijn overwegen. Deel uw apparaten daarom in groepen in, zodat u per groep kunt bijsturen.
Tip laat gebruikers vóór elk gebruik een korte visuele controle doen op snoer, stekker en behuizing. Dat vervangt de periodieke keuring niet, maar vangt veel zichtbare schade tussentijds op en is een argument bij het onderbouwen van uw termijn.
Zo zet u een onderbouwd keuringsbeleid op
Met de factoren hierboven kunt u in een paar stappen tot een termijn komen die u kunt verantwoorden:
- Inventariseer alle elektrische arbeidsmiddelen, inclusief verlengsnoeren, haspels en apparatuur in kantines en kantoren. Die laatste groep wordt vaak vergeten.
- Groepeer de middelen naar type en gebruiksomgeving, bijvoorbeeld handgereedschap op de bouwplaats, apparatuur in de werkplaats en kantoorapparatuur.
- Bepaal per groep een termijn op basis van de factoren uit de tabel en leg de redenering kort vast.
- Wijs de keurder aan. Art. 7.4a vraagt om een deskundige; leg vast wie dat is en op basis van welke opleiding en ervaring.
- Evalueer na elke keuringsronde het foutpercentage per groep en pas de termijn zo nodig aan.
Let ook op de grensgevallen. Vast aangesloten machines worden in NEN 3140 tot het elektrisch materieel gerekend, maar vallen in de praktijk soms tussen de keuring van arbeidsmiddelen en de inspectie van de vaste installatie in. Spreek vooraf af wie ze meeneemt, zodat ze niet tussen wal en schip vallen.
Indicatieve termijnen: wat zeggen bronnen?
Nederlandse wetgeving geeft geen getallen. Wie toch een referentie zoekt, vindt die bijvoorbeeld in Duitsland. Daar noemt het voorschrift DGUV Vorschrift 3 van de Duitse ongevallenverzekeraars voor verplaatsbare elektrische arbeidsmiddelen een richtwaarde van zes maanden, op bouwplaatsen drie maanden. Bij een foutpercentage onder 2% mag de termijn worden verlengd, tot een maximum van een jaar in werkplaatsen en op bouwplaatsen en twee jaar in kantoren of vergelijkbare omgevingen.
Dat voorschrift geldt in Nederland niet. Het is wel een gedocumenteerd voorbeeld van een risicobenadering en kan helpen om uw eigen keuze te toetsen. Daarnaast kunnen opdrachtgevers, certificatieschema's of verzekeraars eigen eisen stellen. Die gaan dan boven uw eigen minimum.
Keuring na reparatie: NEN-EN 50678
Na een reparatie kan de beveiliging van een apparaat zijn aangetast: een beschermingsleiding die niet goed is teruggezet, een beschadigde isolatie of een verkeerd onderdeel. NEN-EN 50678:2020 beschrijft hoe u na reparatie controleert of de beschermende maatregelen nog werken, voordat het apparaat weer in gebruik gaat. Ook deze norm is alleen in het Engels verkrijgbaar.
Leg in uw procedures vast dat gerepareerde apparaten niet zonder deze controle terug in omloop komen. Dat geldt ook voor reparaties door een externe partij: vraag om het keuringsresultaat.
Registratie en keuringslabel
Art. 7.4a eist dat de keuringsresultaten op de arbeidsplaats beschikbaar zijn. In de praktijk werkt een register met per apparaat een uniek nummer, omschrijving, locatie, keuringsdatum, meetwaarden, resultaat en volgende keuringsdatum. Een keuringslabel op het apparaat is wettelijk niet voorgeschreven, maar maakt voor de gebruiker direct zichtbaar of het apparaat is gekeurd en tot wanneer.
Wilt u de keuring uitbesteden, dan kunt u kiezen voor een keuringsbedrijf met een SCIOS Scope 9-certificaat. Dat is vrijwillig en geen wettelijke plicht, maar het geeft zekerheid over de werkwijze; zie de pagina over SCIOS Scope 9. Uw keuringsbeleid en de onderbouwing van de termijnen horen thuis in het bedrijfsvoeringsdocument. Voor de volledige keuringsprocedure verwijzen we naar de pagina over keuring van elektrische arbeidsmiddelen.