Inspecties
Periodieke inspectie van de elektrische installatie
Norm NEN 3140 / Arbobesluit art. 3.4 / SCIOS Scope 8 PI
Een periodieke inspectie controleert of een bestaande elektrische installatie nog in veilige staat is. Waar een opleverinspectie volgens NEN 1010 kijkt naar een nieuwe installatie, gaat het bij de NEN 3140-inspectie om de installatie in bedrijf: is er iets verslechterd, beschadigd of ondeskundig gewijzigd sinds de vorige keer?
Waarom periodiek inspecteren?
Artikel 3.4 van het Arbobesluit vraagt dat elektrische installaties goed worden onderhouden. Installaties verslechteren door veroudering, belasting, vocht, stof en wijzigingen die niet altijd volgens de regels worden uitgevoerd. Een periodieke inspectie maakt die verslechtering zichtbaar voordat er een ongeval of brand ontstaat. NEN 3140 beschrijft hoe zo'n inspectie wordt uitgevoerd; de termijn bepaalt u met een risicobeoordeling.
Daarnaast vragen verzekeraars, opdrachtgevers en certificatieschema's vaak om een inspectierapport. Een rapport van een SCIOS Scope 8-gecertificeerd bedrijf is daarvoor in Nederland de gangbare vorm.
Hoe verloopt een periodieke inspectie?
Een inspectie bestaat uit voorbereiding, visuele inspectie, metingen en beproevingen, en rapportage.
Voorbereiding
De inspecteur stelt vooraf vast welke installatie of welk deel wordt geïnspecteerd, welke documentatie er is (schema's, vorig rapport) en wanneer uitschakelen mogelijk is. Voor een Scope 8-inspectie is een inspectieplan verplicht onderdeel van het rapport. De installatieverantwoordelijke is het aanspreekpunt.
Visuele inspectie
Bij de visuele inspectie wordt gekeken naar onder meer:
- de staat van verdeelinrichtingen, bekabeling, wandcontactdozen en aansluitingen;
- tekenen van oververhitting, beschadiging, vocht of vervuiling;
- de aanwezigheid en juistheid van beschermingsmiddelen (afdekkingen, aardlekbeveiliging);
- of de installatie overeenkomt met de schema's en of die actueel zijn;
- ondeskundige wijzigingen of tijdelijke voorzieningen die permanent zijn geworden.
Metingen en beproevingen
Metingen tonen aan of de beschermende maatregelen nog werken. Gangbare metingen zijn:
| Meting | Doel |
|---|---|
| Doorgaande verbinding van beschermingsleidingen | Aantonen dat aardverbindingen intact zijn |
| Isolatieweerstand | Vaststellen dat de isolatie niet is verslechterd |
| Werking aardlekschakelaars | Controleren dat zij binnen de eisen uitschakelen |
| Impedantie van de foutstroomkring / aardverspreidingsweerstand | Aantonen dat beveiligingen bij een fout tijdig afschakelen |
Thermografie wordt vaak aanvullend ingezet om warme verbindingen en overbelaste componenten op te sporen, maar vervangt de metingen niet.
Het inspectierapport
Het rapport legt vast wat is geïnspecteerd, hoe, en met welke uitkomst. Een goed rapport bevat de afbakening van de inspectie, de gebruikte meetmiddelen, de meetresultaten, de gevonden gebreken met prioriteit, en delen die niet konden worden geïnspecteerd. Bij Scope 8 maakt het rapport onderscheid tussen constateringen (afwijkingen van de norm) en opmerkingen. Een Scope 8-inspectie moet bovendien in het SCIOS-portaal worden afgemeld; dat is sinds 1 april 2024 verplicht. Meer daarover op de pagina Scope 8.
Tip lees het rapport niet alleen op de conclusie. Juist de lijst met niet-geïnspecteerde delen laat zien waar nog onbekende risico's zitten.
Herstel en opvolging
Een inspectie heeft pas effect als de gebreken worden opgelost. Werk daarom met een hersteltraject:
- Beoordeel de gebreken met de installatieverantwoordelijke en bepaal prioriteiten.
- Neem direct maatregelen bij gevaarlijke situaties, zoals afschermen of buiten gebruik stellen.
- Laat herstel uitvoeren door bevoegde personen.
- Leg het herstel vast met datum, uitvoerder en eventueel foto's of meetwaarden.
- Bewaar het rapport en de hersteldocumentatie bij het bedrijfsvoeringsdocument.
Gebruik de uitkomsten ook om de inspectietermijn te evalueren. Veel en ernstige gebreken zijn een reden om korter te inspecteren; opeenvolgend weinig gebreken kan een langere termijn rechtvaardigen. Het artikel inspectietermijn elektrische installatie bepalen gaat daar dieper op in.
Veelgestelde vragen
Wordt de installatie tijdens een NEN 3140-inspectie uitgeschakeld?
Voor een deel van de metingen is het nodig groepen of installatiedelen kortstondig spanningsloos te maken, bijvoorbeeld voor isolatieweerstandsmetingen. Een goede inspecteur stemt vooraf met de installatieverantwoordelijke af wat wanneer kan worden uitgeschakeld. Waar uitschakelen niet mogelijk is, wordt dat in het rapport vermeld, met de alternatieve methode.
Wat is het verschil tussen een NEN 3140-inspectie en een NEN 1010-inspectie?
Een NEN 1010-inspectie toetst een nieuwe of gewijzigde installatie bij oplevering aan de aanlegnorm. Een NEN 3140-inspectie controleert periodiek of een bestaande installatie in bedrijf nog veilig is. Binnen SCIOS heten deze Scope 8 EBI en Scope 8 PI.
Moet ik alle gebreken uit het inspectierapport direct herstellen?
Herstel gebreken volgens de prioriteit die het rapport aangeeft. Direct gevaarlijke situaties moeten meteen worden opgelost of afgeschermd; andere gebreken kunnen worden ingepland. Leg het herstel vast, zodat u bij een volgende inspectie of controle kunt aantonen wat er is gedaan.