Inspecties
Keuring van de elektrische uitrusting van machines
Norm Arbobesluit art. 7.4a / NEN 3140 / NEN-EN-IEC 60204-1
Machines nemen een bijzondere plaats in binnen de elektrische veiligheid. Ze zijn een arbeidsmiddel waarmee medewerkers direct werken, maar ze zijn ook aangesloten op de vaste installatie en hebben vaak een eigen verdeel- en besturingskast. Bij de keuring komen daarom twee vragen samen: is de machine als arbeidsmiddel veilig, en is de elektrische uitrusting in goede staat?
Wanneer moet een machine worden gekeurd?
Artikel 7.4a van het Arbobesluit bevat meerdere keuringsmomenten voor arbeidsmiddelen:
- Na installatie. Een arbeidsmiddel waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie, wordt na installatie en voor de eerste ingebruikname gekeurd op juiste installatie en goed en veilig functioneren.
- Na verplaatsing. Dezelfde keuring geldt na elke montage op een nieuwe locatie.
- Periodiek. Een arbeidsmiddel dat kan verslechteren, wordt zo vaak gekeurd als nodig is om de goede staat te waarborgen.
- Na uitzonderlijke gebeurtenissen. Zoals een ongeval, een wijziging aan de machine of langdurige buitengebruikstelling.
De keuring gebeurt door een deskundige en het bewijs moet op de arbeidsplaats aanwezig zijn. Een vast interval noemt de wet niet; dat volgt uit een risicobeoordeling.
Verplaatsbaar of vast aangesloten
Voor de aanpak maakt het uit hoe een machine is aangesloten.
| Verplaatsbaar, met stekker | Vast aangesloten | |
|---|---|---|
| Voorbeelden | Kleine werkplaatsmachines, mobiele apparatuur | Productielijnen, grote bewerkingsmachines, compressoren |
| Gangbare keuring | Als elektrisch arbeidsmiddel volgens NEN-EN 50699 | Mee in de periodieke inspectie volgens NEN 3140, of als aparte keuring |
| Aandachtspunt | Snoer, stekker, trekontlasting | Grens met de vaste installatie en eigen schakelkast |
Verplaatsbare machines vallen in de praktijk onder de keuring van elektrische arbeidsmiddelen. Bij vast aangesloten machines is de afbakening minder vanzelfsprekend. Leg vooraf vast of de elektrische uitrusting van de machine wordt meegenomen in de periodieke inspectie van de installatie, apart wordt gekeurd, of onder het onderhoud van de leverancier valt. Zo voorkomt u dat machines tussen twee inspecties door vallen.
Wat wordt er gecontroleerd?
De elektrische uitrusting
NEN-EN-IEC 60204-1 is de ontwerpnorm voor de elektrische uitrusting van machines. Fabrikanten gebruiken haar om aan te tonen dat de machine voldoet. De norm bevat ook een hoofdstuk over verificatie, met onder meer het controleren van de doorgaande verbinding van het beschermingscircuit, isolatieweerstandsmetingen en functionele beproevingen. Bij een periodieke keuring wordt de uitrusting volgens NEN 3140 beoordeeld op verslechtering. Gangbare aandachtspunten zijn:
- de staat van de besturingskast: afdekkingen, aanduidingen, vervuiling, tekenen van oververhitting;
- de aansluitkabel en de kabels op de machine, die door beweging en trillingen kunnen slijten;
- de aarding van het gestel en de doorgaande verbinding van beschermingsleidingen;
- isolatieweerstand en, waar van toepassing, de werking van aardlekbeveiliging;
- de aanwezigheid en leesbaarheid van schema's en documentatie.
Noodstop- en beveiligingsfuncties
Bij machines gaat elektrische veiligheid verder dan bescherming tegen elektrische schok. Een machine moet ook veilig stoppen. Daarom hoort bij de keuring een functionele controle van:
- de noodstopvoorzieningen: zijn ze bereikbaar, herkenbaar en stoppen ze de machine zoals bedoeld;
- beveiligingen zoals deurschakelaars, lichtschermen en vergrendelingen;
- het voorkomen van onverwacht herstarten na een spanningsonderbreking of na het resetten van een noodstop;
- de hoofdschakelaar en de mogelijkheid om de machine veilig vrij te schakelen en te vergrendelen.
In de praktijk overbrugde deurschakelaars en uitgeschakelde beveiligingen komen regelmatig voor, vaak om storingen of productiedruk te omzeilen. Een keuring die alleen meet en de veiligheidsfuncties niet beproeft, mist juist dit soort risico's.
Wie voert de keuring uit?
De keuring vraagt kennis van zowel elektrotechniek als machineveiligheid. Dat kan een eigen technische dienst zijn, de leverancier of een inspectiebedrijf, zolang de keurder deskundig is voor deze machine. Werkzaamheden in een besturingskast onder spanning vragen bovendien een aanwijzing als vakbekwaam persoon.
Machineverordening per 2027
Vanaf 20 januari 2027 geldt de Machineverordening (EU) 2023/1230, die de Machinerichtlijn vervangt. Die verordening richt zich vooral op fabrikanten, importeurs en distributeurs: de eisen aan een machine bij het in de handel brengen. Voor u als gebruiker blijft de keuringsplicht gewoon in artikel 7.4a van het Arbobesluit staan. Let wel op bij het zelf ingrijpend aanpassen van machines: dan kunt u voor de wet in de rol van fabrikant terechtkomen.
Veelgestelde vragen
Is een machine met CE-markering vrijgesteld van keuring?
Nee. De CE-markering betekent dat de fabrikant verklaart dat de machine bij levering aan de eisen voldoet. Na ingebruikname is de werkgever verantwoordelijk voor de staat van de machine en voor de keuringen die artikel 7.4a van het Arbobesluit vraagt. Slijtage, aanpassingen en verplaatsing veranderen niets aan die plicht.
Wat moet ik doen als ik een machine zelf aanpas of combineer met andere machines?
Een ingrijpende aanpassing of een samenstel van machines kan betekenen dat u zelf als fabrikant wordt gezien, met de bijbehorende verplichtingen uit de machinewetgeving. Laat dat vooraf beoordelen. In elk geval moeten de elektrische uitrusting en de veiligheidsfuncties na de wijziging opnieuw worden gecontroleerd en moeten de schema's worden bijgewerkt.
Wie mag de besturingskast van een machine openen voor storingzoeken?
Alleen personen die daarvoor zijn aangewezen en die bekwaam zijn voor het werk dat ze doen. Storingzoeken in een kast onder spanning is werken in de nabijheid van of onder spanning en vraagt een vakbekwaam persoon met een passende werkmethode. Operators zijn meestal leek of voldoend onderricht persoon en horen de kast niet te openen.