Inspecties
Keuring van elektrische arbeidsmiddelen (art. 7.4a)
Norm Arbobesluit art. 7.4a / NEN 3140 / NEN-EN 50699 / NEN-EN 50678
Elektrisch gereedschap, verlengsnoeren, kabelhaspels, kantoorapparatuur en andere apparaten met een stekker slijten bij gebruik. Snoeren raken beschadigd, behuizingen breken, aardverbindingen gaan los. Daarom moeten arbeidsmiddelen die kunnen verslechteren periodiek worden gekeurd. In de praktijk heet dit vaak de NEN 3140-keuring of keuring van elektrische arbeidsmiddelen.
De wettelijke basis: artikel 7.4a Arbobesluit
Artikel 7.4a van het Arbobesluit verplicht de werkgever om arbeidsmiddelen die kunnen verslechteren en daardoor gevaar kunnen opleveren, te laten keuren:
- zo vaak als nodig is om de goede staat te waarborgen, en waar nodig te beproeven;
- extra na uitzonderlijke gebeurtenissen, zoals schade of een ongeval;
- door een deskundige persoon of instelling;
- met bewijs van de keuring dat op de arbeidsplaats beschikbaar is.
Het artikel noemt geen vast interval en geen norm. NEN 3140 en de Europese keuringsnormen geven invulling aan het hoe; de termijn bepaalt u zelf met een risicobeoordeling. Let op: de CE-markering ontslaat niet van de keuringsplicht.
Wat is een elektrisch arbeidsmiddel?
Het Arbobesluit verstaat onder arbeidsmiddelen alle machines, apparaten, gereedschappen en installaties die bij de arbeid worden gebruikt. Voor de elektrische keuring gaat het vooral om verplaatsbaar en handgereedschap en om apparatuur die via een stekker wordt aangesloten:
- handgereedschap zoals boormachines, slijpmachines en zagen;
- verlengsnoeren, kabelhaspels en stekkerdozen;
- kantoorapparatuur, IT-apparatuur en laders;
- keukenapparatuur zoals waterkokers en magnetrons;
- werkplaatsmachines en vast aangesloten apparaten, afhankelijk van de afbakening.
De grens met de vaste installatie is niet altijd scherp, zeker bij vast aangesloten machines. Spreek die afbakening vooraf af. Voor lasapparatuur geldt een eigen norm, NEN-EN-IEC 60974-4; medische elektrische toestellen hebben ook eigen normen.
Beschermingsklassen
De beschermingsklasse bepaalt hoe een apparaat beschermt tegen elektrische schok, en daarmee welke metingen bij de keuring nodig zijn.
| Klasse | Bescherming | Herkenning |
|---|---|---|
| Klasse I | Basisisolatie plus aansluiting van het metalen gestel op de beschermingsleiding (aarde) | Stekker met randaarde, aardaansluiting in het apparaat |
| Klasse II | Dubbele of versterkte isolatie, geen aardaansluiting | Symbool van twee vierkanten in elkaar |
| Klasse III | Voeding met veilige zeer lage spanning (SELV) | Symbool met een ruit met III; voeding via een veiligheidstransformator |
Hoe verloopt de keuring?
De keuring volgt in de praktijk NEN-EN 50699:2020 voor de terugkerende keuring en NEN-EN 50678:2020 voor de keuring na reparatie. Beide normen zijn alleen in het Engels verkrijgbaar. Een keuring bestaat uit:
- Visuele inspectie: behuizing, snoer, stekker, trekontlasting, tekenen van oververhitting of ondeskundige reparatie.
- Metingen: afhankelijk van de beschermingsklasse onder meer de beschermingsleidingweerstand, de isolatieweerstand en de lekstroom of aanraakstroom.
- Functionele controle: werkt het apparaat zoals bedoeld, inclusief veiligheidsvoorzieningen.
- Beoordeling en registratie: goedgekeurd, afgekeurd of na herstel opnieuw te keuren.
De meetapparatuur moet geschikt zijn voor de toegepaste norm en periodiek worden gekalibreerd.
Label en keuringsregister
Artikel 7.4a eist bewijs van de keuring op de arbeidsplaats. In de praktijk gebeurt dat met twee middelen:
- Een keuringslabel op het apparaat, met datum van keuring en datum van de volgende keuring, zodat de gebruiker direct ziet of het apparaat gekeurd is.
- Een keuringsregister: een overzicht van alle arbeidsmiddelen met identificatie, beschermingsklasse, meetresultaten, uitkomst en termijn.
In de praktijk het register is vaak zwakker dan de keuring zelf. Apparaten verdwijnen, nieuwe komen erbij zonder registratie, en afgekeurde apparaten blijven in gebruik. Wijs iemand aan die het register beheert en spreek af wat er met afgekeurde middelen gebeurt.
Wilt u weten hoe vaak u moet keuren, lees dan het artikel elektrisch gereedschap keuren: hoe vaak?. Werkt u met een VCA-certificaat, dan stelt VCA 2026/6.1 aanvullende eisen; zie VCA 2026 en de keuring van arbeidsmiddelen. Over certificering van keuringsbedrijven gaat de pagina Scope 9.
Veelgestelde vragen
Moeten nieuwe apparaten met CE-markering ook gekeurd worden?
De CE-markering zegt iets over het product bij levering, niet over de staat na gebruik. Ook een apparaat met CE-markering valt onder de keuringsplicht van artikel 7.4a zodra het bij het werk wordt gebruikt en kan verslechteren. Een nieuw apparaat kunt u bij ingebruikname registreren en op basis van de risicobeoordeling inplannen voor de eerste periodieke keuring.
Moeten privé-apparaten van medewerkers ook worden gekeurd?
Als een medewerker een eigen apparaat op het werk gebruikt, zoals een laptoplader of waterkoker, wordt het in de praktijk als arbeidsmiddel behandeld. Veel organisaties regelen daarom in hun beleid dat privé-apparaten niet zijn toegestaan, of dat ze worden geregistreerd en meegekeurd.
Mag ik elektrisch gereedschap zelf keuren?
De wet eist een keuring door een deskundige, niet per se een extern bedrijf. Een eigen medewerker kan keuren als hij daarvoor voldoende is opgeleid, beschikt over geschikte en gekalibreerde meetapparatuur, en werkt volgens de normen. Een SCIOS Scope 9-certificaat is niet verplicht, maar wordt soms door opdrachtgevers of verzekeraars gevraagd.