Onafhankelijke kennis over NEN 3140-inspecties, keuringen en bedrijfsvoering Normupdates per e-mailStel een vraag

Inspecties

Keuring van bouwstroomkasten en tijdelijke installaties

Norm NEN 3140 / NEN 1010 deel 7-704 / Arbobesluit art. 7.4a

Op een bouwplaats wordt elektriciteit gebruikt onder omstandigheden die nergens anders zo zwaar zijn. Kasten staan buiten in regen en stof, kabels liggen over de grond waar materieel overheen rijdt, en de installatie wordt voortdurend aangepast aan de voortgang van het werk. Bouwstroomkasten, kabelhaspels en verlengsnoeren verslechteren daardoor sneller dan materieel in een werkplaats of kantoor.

Waarom bouwstroom apart aandacht vraagt

Een tijdelijke installatie op de bouwplaats combineert de risico's van een vaste installatie met die van verplaatsbaar materieel:

  • Mechanische belasting. Kabels worden overreden, geklemd of beschadigd door scherpe randen.
  • Vocht en vuil. Water in contactdozen of kasten tast de isolatie aan.
  • Wisselende gebruikers. Verschillende ploegen en onderaannemers sluiten materieel aan en passen de installatie aan.
  • Verplaatsingen. Kasten worden regelmatig verzet, waarbij aansluitingen en kabels opnieuw worden gelegd.

Aanleg: NEN 1010 deel 7-704

Voor de aanleg van tijdelijke installaties op bouw- en sloopterreinen geldt NEN 1010 deel 7-704. Dat deel stelt aanvullende eisen, bijvoorbeeld aan aardlekbeveiliging van contactdozen, aan de keuze van kabels en aan de bouwstroomkasten zelf, waarvoor NEN-EN-IEC 61439-4 de productnorm is. De keet met kantoor, kantine en sanitair valt niet onder deel 7-704.

Bij de opbouw hoort een eerste verificatie van de installatie, en opnieuw na een wezenlijke uitbreiding of verplaatsing. Dat sluit aan bij artikel 7.4a van het Arbobesluit, dat een keuring vraagt na installatie en na elke montage op een nieuwe locatie als de veiligheid afhangt van de wijze van installatie. De aanlegeisen staan uitgewerkt op onze zustersite: inspectie van bouwstroom op bouwterreinen.

Periodieke keuring tijdens het gebruik

Tijdens de bouw moeten de tijdelijke installatie en het aangesloten materieel periodiek worden gecontroleerd. Daarbij lopen twee sporen naast elkaar:

Tijdelijke installatie Verplaatsbaar materieel
Wat Bouwstroomkasten, vaste kabeltracés, aansluitpunten Kabelhaspels, verlengsnoeren, stekkerdozen, gereedschap
Gangbare basis Periodieke inspectie volgens NEN 3140 Keuring als arbeidsmiddel, art. 7.4a en NEN-EN 50699
Vastlegging Inspectierapport Label en keuringsregister

Een vaste wettelijke termijn bestaat niet. Het bouwbedrijf bepaalt de frequentie met een risicobeoordeling, vaak vastgelegd in het V&G-plan. Gezien de omstandigheden ligt een kortere termijn dan op een kantoorlocatie voor de hand. Daarnaast is een dagelijkse visuele controle door de gebruikers zinvol.

Waar let de keurder op?

  • beschadigde of geïmproviseerde kabelverbindingen en kabels zonder bescherming over rijroutes;
  • openstaande, beschadigde of niet afgesloten kasten;
  • de werking van aardlekschakelaars, en overbrugde of uitgeschakelde aardlekbeveiliging;
  • ontbrekende aanduidingen op kasten en contactdozen;
  • huishoudelijke stekkerdozen en lichte verlengsnoeren die niet geschikt zijn voor de bouwplaats;
  • kabelhaspels die opgerold zwaar worden belast, met risico op oververhitting.

Registratie en VCA

Artikel 7.4a eist bewijs van de keuring op de arbeidsplaats. Op de bouwplaats betekent dat in de praktijk een label op elke kast, haspel en elk snoer, met keuringsdatum en volgende keuringsdatum, en een register dat op de bouwplaats of digitaal beschikbaar is. Hoe zo'n register wordt opgezet, staat bij keuring van elektrische arbeidsmiddelen.

Veel bouwbedrijven en onderaannemers werken met een VCA-certificaat. VCA 2026/6.1 vraagt onder meer een minstens jaarlijkse keuring van arbeidsmiddelen door een deskundige, een register en een voor de gebruiker zichtbare vervaldatum; ook eerdere VCA-versies kenden al een jaarlijkse keuring. Meer daarover in VCA 2026 en de keuring van arbeidsmiddelen.

Tip spreek bij de start van een project af wie verantwoordelijk is voor de bouwstroom, wie materieel mag aansluiten en wat er gebeurt met afgekeurd of ongekeurd materieel van onderaannemers. Een duidelijke installatieverantwoordelijke voor de tijdelijke installatie voorkomt veel discussie op de bouwplaats.

Veelgestelde vragen

Moet een gehuurde bouwstroomkast door de huurder worden gekeurd?

De verhuurder levert de kast in de regel gekeurd af. Tijdens het gebruik op de bouwplaats bent u als werkgever verantwoordelijk voor een veilige toestand, inclusief periodieke controle en keuring na verplaatsing of schade. Leg in het huurcontract vast wie welke keuring doet en vraag bij levering om het keuringsbewijs.

Mogen huishoudelijke stekkerdozen op de bouwplaats worden gebruikt?

Dat wordt sterk afgeraden. Huishoudelijke stekkerdozen en lichte verlengsnoeren zijn niet gemaakt voor vocht, vuil en mechanische belasting. Gebruik materieel dat geschikt is voor bouwomstandigheden, met een passende beschermingsgraad en mechanische sterkte.

Wat is het verschil tussen de keuring bij plaatsing en de periodieke keuring?

Bij plaatsing wordt gecontroleerd of de tijdelijke installatie goed is aangelegd en veilig functioneert, als eerste verificatie volgens NEN 1010. De periodieke keuring tijdens het gebruik controleert volgens NEN 3140 of de installatie en het materieel door gebruik niet zijn verslechterd. Na een verplaatsing of wezenlijke uitbreiding hoort opnieuw een keuring bij plaatsing.