Achtergrondartikel
Inspectietermijn elektrische installatie bepalen: zo werkt het
In het kort
- Voor de periodieke inspectie van de vaste elektrische installatie bestaat geen vaste wettelijke termijn; die volgt uit een risicobeoordeling.
- Omgeving, gebruik, leeftijd, eerdere bevindingen en de gevolgen van uitval of brand bepalen samen de termijn.
- De installatieverantwoordelijke onderbouwt de termijn en legt die vast in het bedrijfsvoeringsdocument, in samenhang met de RI&E.
- Een Scope 10-inspectie voor de verzekeraar is een aparte inspectie op brandrisico en vervangt de NEN 3140-inspectie (Scope 8 PI) niet.
Elke elektrische installatie veroudert. Verbindingen worden los, isolatie veroudert, beveiligingen worden aangepast en er komen in de loop der jaren groepen bij die niemand meer goed in beeld heeft. De periodieke inspectie volgens NEN 3140 moet zulke gebreken op tijd zichtbaar maken. Maar hoe vaak is "periodiek"?
In dit artikel leest u hoe u de inspectietermijn voor de vaste installatie onderbouwt met een risicobeoordeling, wie daarbij welke rol heeft en hoe verzekeraarseisen zich daartoe verhouden.
Geen vaste wettelijke termijn
Het Arbobesluit vraagt in art. 3.4 dat elektrische installaties zo zijn ontworpen, aangelegd en onderhouden dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Een inspectietermijn noemt de wet niet. NEN 3140:2011+A3:2019 vult die onderhoudsplicht in met periodieke inspectie, maar laat de termijn eveneens afhangen van het risico.
Een vaste termijn die "altijd goed" is, bestaat daarom niet. Een droge kantoorvloer met een recente installatie vraagt iets anders dan een productiehal met stof, vocht en zware motoren. Wat wel vaststaat: de werkgever moet kunnen uitleggen waarom hij voor een bepaalde termijn heeft gekozen. De achtergrond leest u ook op de pagina risicobeoordeling en inspectietermijn.
Welke factoren tellen mee in de risicobeoordeling?
Een bruikbare risicobeoordeling kijkt naar de kans dat er tussen twee inspecties een gevaarlijk gebrek ontstaat en naar de gevolgen als dat gebeurt.
| Factor | Waar u op let | Effect op de termijn |
|---|---|---|
| Omgeving | Vocht, stof, corrosieve stoffen, temperatuur, trillingen, buitenopstelling | Zwaardere omstandigheden: korter |
| Gebruik | Belasting ten opzichte van ontwerp, continu bedrijf, frequente wijzigingen | Intensief en wisselend gebruik: korter |
| Leeftijd en staat | Bouwjaar, oude componenten, aanwezigheid van actuele tekeningen en schema's | Ouder of slecht gedocumenteerd: korter |
| Eerdere bevindingen | Aantal en ernst van gebreken bij vorige inspecties, afhandeling ervan | Veel of terugkerende gebreken: korter |
| Gevolgen van brand | Brandbare opslag, aanwezigheid van publiek of slapende personen, vluchtwegen | Grote gevolgen: korter |
| Gevolgen van uitval | Bedrijfscontinuïteit, zorg, koeling, procesveiligheid | Grote gevolgen: korter |
| Beheer | Is er een IV, worden wijzigingen vastgelegd, wordt er preventief onderhoud gedaan | Goed beheer kan een langere termijn onderbouwen |
Maak de beoordeling per installatie of installatiedeel. Een kantoorgedeelte en een werkplaats in hetzelfde gebouw kunnen verschillende termijnen krijgen. Na elke inspectie toetst u of de bevindingen aanleiding geven om de termijn bij te stellen.
Aansluiting op de RI&E
De Arbowet verplicht in art. 5 tot een risico-inventarisatie en -evaluatie. Elektrische risico's horen daarin thuis. Het ligt voor de hand de risicobeoordeling voor de inspectietermijn te koppelen aan de RI&E, zodat beide documenten hetzelfde beeld geven. Constateert de RI&E bijvoorbeeld dat in een ruimte brandbare stoffen worden opgeslagen, dan hoort dat ook mee te wegen in de inspectietermijn van de installatie in die ruimte.
Andersom levert de inspectie input voor de RI&E en het plan van aanpak. Ernstige bevindingen die niet direct kunnen worden hersteld, krijgen een plek in het plan van aanpak met een verantwoordelijke en een termijn.
De rol van de installatieverantwoordelijke
De installatieverantwoordelijke (IV) kent de installatie het best en is daarom de aangewezen persoon om de risicobeoordeling op te stellen of te laten opstellen. Hij verzamelt de gegevens, beoordeelt eerdere inspectierapporten, stelt een termijn voor en bewaakt dat de inspecties ook worden uitgevoerd en dat gebreken worden hersteld.
De werkgever stelt de termijn uiteindelijk vast en blijft verantwoordelijk. Het is verstandig dat de IV en de inspecteur elkaar spreken: de inspecteur ziet de installatie met een frisse blik en kan in zijn rapport adviseren over de termijn van de volgende inspectie. Dat advies is een belangrijke input, maar neemt de afweging van de werkgever niet over.
Goed om te weten een inspectietermijn is geen vrijbrief voor de tussenliggende periode. Wijzigt de installatie ingrijpend, treedt er een storing met brandsporen op of verandert het gebruik van een ruimte, dan is dat een reden om eerder te (laten) inspecteren.
Vastleggen in het bedrijfsvoeringsdocument
Leg per installatie vast welke termijn geldt, op welke risicobeoordeling die is gebaseerd, wanneer de laatste inspectie was en wanneer de volgende gepland staat. Vermeld ook wie de inspectie uitvoert en volgens welke methode. Deze gegevens horen in het hoofdstuk inspectie en keuring van het bedrijfsvoeringsdocument.
Een praktische volgorde voor het vastleggen:
- Breng de installaties en installatiedelen in kaart, met hun grenzen en de beschikbare tekeningen en schema's.
- Beoordeel per installatiedeel de factoren uit de tabel en noteer de belangrijkste overwegingen.
- Kies een termijn en noteer welke methode of welk hulpmiddel u daarbij heeft gebruikt.
- Laat de termijn vaststellen door de werkgever of het daartoe bevoegde management.
- Plan de inspectie in en koppel de opvolging van gebreken aan een verantwoordelijke.
- Herzie de termijn na elke inspectie, na ingrijpende wijzigingen en bij een gewijzigd gebruik.
Zo ontstaat een dossier waarmee u bij een vraag van de Arbeidsinspectie, een auditor of de verzekeraar kunt laten zien dat de termijn niet willekeurig is gekozen.
Voor de keuring van elektrische arbeidsmiddelen maakt u een vergelijkbare afweging, met eigen factoren; zie hoe vaak elektrisch gereedschap keuren.
Scope 8 PI en Scope 10: twee verschillende inspecties
Veel organisaties laten de periodieke inspectie uitvoeren door een bedrijf met een SCIOS-certificaat voor Scope 8. Sinds oktober 2022 kent Scope 8 twee varianten: Scope 8 PI voor de periodieke inspectie volgens NEN 3140 en Scope 8 EBI voor de inspectie van nieuwe installaties volgens NEN 1010. SCIOS certificeert bedrijven, geen personen. Sinds 1 april 2024 moeten gecertificeerde bedrijven hun Scope 8-inspecties afmelden in het SCIOS-portaal. Meer hierover op de pagina SCIOS Scope 8.
Verzekeraars vragen vaak om een Scope 10-inspectie. Die richt zich op brandrisico's van de elektrische installatie en is gebaseerd op een methodiek die is ontwikkeld met onder meer verzekeraars (NTA 8220). Thermografie speelt daarbij vaak een rol. Scope 10 is daarmee een andere inspectie met een ander doel: NEN 3140 richt zich op de veiligheid van personen en de bedrijfsvoering, Scope 10 op het voorkomen van brand.
Een Scope 10-rapport vervangt de NEN 3140-inspectie dus niet, en andersom. Stelt uw verzekeraar een termijn voor Scope 10 in de polisvoorwaarden, dan is dat een contractuele eis naast uw eigen risicobeoordeling. Het kan efficiënt zijn beide inspecties te combineren, mits duidelijk is welk rapport aan welke eis voldoet. Controleer de exacte eisen altijd in uw eigen polis. Hoe een periodieke inspectie inhoudelijk verloopt, leest u op de pagina periodieke inspectie van de installatie.