Achtergrondartikel
Werken in de nabijheid van spanning: risico's en maatregelen
In het kort
- Werken in de nabijheid van spanning is een van de drie werkmethoden uit NEN 3140 en NEN-EN 50110-1, naast spanningsloos werken en werken onder spanning.
- Eerst beoordeelt u of de werkzaamheden spanningsloos kunnen; pas als dat niet redelijkerwijs kan, kiest u voor werken in de nabijheid met aanvullende maatregelen.
- Afschermen, afstand houden, toezicht en een duidelijke aanwijzing vormen samen de kern van de maatregelen.
- Ook schilders, schoonmakers en aannemers kunnen in de nabijheid van spanning werken en vallen dan onder de bedrijfsvoering.
Bij elektrisch werk denken de meeste mensen aan twee situaties: de installatie is spanningsloos of er wordt onder spanning gewerkt. Daartussen ligt een derde situatie die in de praktijk veel vaker voorkomt: werkzaamheden waarbij iemand in de buurt komt van delen die wel onder spanning staan, zonder ze bewust aan te raken. Denk aan het aansluiten van een nieuwe groep in een verdeelinrichting waarvan de rest in bedrijf blijft, of een schilder in een schakelruimte. Dit artikel legt uit wat de normen onder werken in de nabijheid van spanning verstaan en hoe u het veilig organiseert.
Wat is werken in de nabijheid van spanning?
NEN 3140 en de Europese norm NEN-EN 50110-1 onderscheiden drie werkmethoden: spanningsloos werken, werken onder spanning en werken in de nabijheid van spanning. Bij die laatste methode komt een persoon, of een gereedschap of voorwerp dat hij vasthoudt, in de zone rond onbeschermde spanningvoerende delen, zonder in de gevarenzone zelf te komen.
De normen werken met twee begrippen:
- Gevarenzone (aangeduid met DL): de ruimte direct rond spanningvoerende delen waarin het isolatieniveau onvoldoende is om gevaar te voorkomen. Wie hierin komt, werkt onder spanning.
- Nabijheidszone (aangeduid met DV): een begrensde ruimte buiten de gevarenzone. Wie hierin werkt zonder de gevarenzone binnen te gaan, werkt in de nabijheid van spanning.
De omvang van beide zones hangt af van de nominale spanning. NEN-EN 50110-1 geeft daarvoor richtwaarden in een informatieve bijlage. Gebruik de waarden uit de norm zelf en uw eigen werkinstructies, niet vuistregels uit het hoofd. Bij laagspanning in een open verdeelinrichting kan een kleine misstap, een uitschietende schroevendraaier of een vallend onderdeel al tot contact of kortsluiting leiden.
Eerst de vraag: kan het spanningsloos?
Artikel 3.5 van het Arbobesluit bepaalt dat werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie alleen worden uitgevoerd als het betreffende deel spanningsloos is. Voor laagspanning geldt een uitzondering als de dringende noodzaak van werken onder spanning is aangetoond, daartoe uitdrukkelijk opdracht is gegeven en doeltreffende maatregelen zijn genomen. Dat is ook het uitgangspunt van NEN 3140. Werken in de nabijheid van spanning is dus geen vrije keuze, maar een uitkomst van een afweging.
Redenen om niet volledig spanningsloos te werken zijn bijvoorbeeld de continuïteit van een proces, een ziekenhuis- of datacenteromgeving, of het feit dat alleen een deel van een verdeelinrichting vrij te schakelen is. Leg die afweging vast. Waar het wel kan, schakelt u vrij volgens de vijf veiligheidsregels. De vijfde regel, het afschermen van nabijgelegen spanningvoerende delen, is precies het raakvlak met werken in de nabijheid.
De risicoanalyse vooraf
Voor elk werk in de nabijheid van spanning hoort vooraf een risicoanalyse, afgestemd op de concrete situatie. Een algemene RI&E is niet voldoende. Aandachtspunten zijn:
- Welke delen blijven onder spanning, en op welke spanning?
- Hoe dicht moeten personen, gereedschap of materialen erbij komen?
- Zijn er lange of geleidende voorwerpen in het spel, zoals ladders, profielen, kabelgoten of meetlinten?
- Hoeveel ruimte is er om te bewegen, en is er een vrije vluchtweg?
- Wie voert het werk uit, en welke kennis en aanwijzing hebben die personen?
- Welke omgevingsfactoren spelen mee, zoals vocht, stof, slechte verlichting of tijdsdruk?
De uitkomst bepaalt welke maatregelen nodig zijn en of het werk überhaupt op deze manier kan worden uitgevoerd.
Maatregelen: afschermen, afstand, toezicht en aanwijzing
Er is niet één maatregel die volstaat. In de praktijk gaat het om een combinatie, waarbij technische maatregelen voorgaan op organisatorische.
| Maatregel | Wat het inhoudt | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Afschermen | Isolerende afdekkingen, schotten of afscheidingen plaatsen tussen werkplek en spanningvoerende delen | Afschermingen moeten geschikt zijn voor de spanning en stevig bevestigd; plaatsen kan zelf werken in de nabijheid of onder spanning zijn |
| Afstand houden | Werkplek zo inrichten dat niemand de gevarenzone kan bereiken | Rekening houden met lengte van gereedschap en materialen en met onverwachte bewegingen |
| Markeren en afzetten | Werkgebied en spanningvoerende delen duidelijk aangeven | Markering vervangt geen afscherming |
| Toezicht | Een vakbekwaam persoon houdt toezicht op de werkzaamheden | Toezicht moet daadwerkelijk en doorlopend zijn, niet op afstand |
| Aanwijzing en instructie | Alleen personen die daarvoor zijn aangewezen en geïnstrueerd voeren het werk uit | De aanwijzing moet passen bij het soort werk en de installatie |
Welke persoon welk werk mag doen, hangt af van de aanwijzing door de werkgever. Een vakbekwaam persoon of voldoend onderricht persoon kan, binnen de grenzen van zijn aanwijzing, in de nabijheid van spanning werken. Een leek alleen onder toezicht. Hoe u dat vastlegt, leest u in ons artikel over het opstellen van een aanwijzingsbeleid.
Let op het aanbrengen en verwijderen van afschermingen gebeurt zelf vaak dicht bij spanningvoerende delen. Neem die handeling expliciet mee in de risicoanalyse en laat haar uitvoeren door iemand die daarvoor is aangewezen.
De rol van de werkverantwoordelijke
Voor elk werk aan, met of in de nabijheid van een elektrische installatie vraagt NEN 3140 om een werkverantwoordelijke. Die persoon is ter plaatse verantwoordelijk voor de veilige uitvoering. Bij werken in de nabijheid van spanning betekent dat onder meer:
- de werkplek beoordelen en de risicoanalyse vertalen naar concrete maatregelen;
- afspraken maken met de installatieverantwoordelijke over welke delen vrijgeschakeld worden en welke in bedrijf blijven;
- de uitvoerenden instrueren over de grenzen van de werkplek en de aanwezige spanning;
- controleren dat afschermingen en markeringen op hun plaats zijn en blijven;
- het werk stilleggen als de situatie afwijkt van wat is afgesproken.
De werkverantwoordelijke kan zelf meewerken, maar moet het overzicht houden. Bij complexere situaties is het verstandig om toezicht en uitvoering bij verschillende personen te leggen.
Niet-elektrotechnisch werk in de buurt van installaties
Werken in de nabijheid van spanning is niet voorbehouden aan elektriciens. Ook andere vakmensen komen in de buurt van spanningvoerende delen:
- schilders die wanden of kasten in een schakelruimte behandelen;
- schoonmakers die technische ruimten reinigen of stof uit verdeelinrichtingen verwijderen;
- aannemers en bouwvakkers die boren, slopen of steigers plaatsen in de buurt van verdeelinrichtingen, kabelgoten of bovenleidingen;
- onderhoudsmonteurs van andere disciplines, zoals installateurs van klimaatinstallaties die in een technische ruimte werken.
Deze personen zijn meestal leek in de zin van NEN 3140. Dat betekent dat zij alleen onder toezicht of na duidelijke instructie in de nabijheid van spanning mogen komen, en dat de werkgever of opdrachtgever de risico's vooraf in kaart brengt. Toegang tot elektrische bedrijfsruimten hoort geregeld te zijn: wie heeft een sleutel, wie mag zelfstandig naar binnen en wie alleen onder begeleiding?
In de praktijk zien we vaak dat schoonmaak- of schilderwerk in technische ruimten niet als elektrisch risico wordt herkend. Het werk is immers niet elektrotechnisch. Neem dit soort werkzaamheden daarom expliciet op in het bedrijfsvoeringsdocument en in de afspraken met externe partijen.
Werkvergunning en vastleggen van afspraken
NEN 3140 vraagt om duidelijke communicatie tussen de installatieverantwoordelijke en de werkverantwoordelijke voordat het werk begint en wanneer het is afgerond. Een werkvergunning of schriftelijke werkopdracht is een gangbaar middel om dat vast te leggen. Een bruikbare werkvergunning bevat in elk geval:
- de omschrijving van het werk en de exacte locatie;
- de gekozen werkmethode en de onderbouwing waarom niet spanningsloos wordt gewerkt;
- welke delen vrijgeschakeld zijn en welke onder spanning blijven;
- de getroffen maatregelen, zoals afschermingen en afzettingen;
- de namen van werkverantwoordelijke en uitvoerenden, met hun aanwijzing;
- de afmelding na afloop, waarna de installatie weer wordt vrijgegeven.
Een werkvergunning is geen formaliteit om af te vinken. Het is het moment waarop beide verantwoordelijken bevestigen dat zij hetzelfde beeld hebben van de situatie. Wie dat goed regelt, voorkomt het meest voorkomende misverstand: dat iemand denkt dat een deel spanningsloos is terwijl het nog in bedrijf is.
Voor het uitwerken van werkinstructies per werkmethode verwijzen we naar de pagina over werkinstructies en werkmethoden.