Onderwerpen
De vijf veiligheidsregels en vrijschakelen (LOTO)
Grondslag NEN-EN 50110-1 / NEN 3140
Spanningsloos werken is de voorkeursmethode voor werk aan elektrische installaties. Om een installatiedeel werkelijk veilig te maken, beschrijft NEN-EN 50110-1 vijf veiligheidsregels. NEN 3140 sluit daarop aan. De volgorde is vast: elke stap bouwt voort op de vorige, en het werk begint pas als alle vijf zijn uitgevoerd.
De vijf veiligheidsregels op een rij
| Nr. | Regel | Waar het om gaat |
|---|---|---|
| 1 | Vrijschakelen | Het installatiedeel volledig scheiden van alle voedingsbronnen |
| 2 | Beveiligen tegen herinschakelen | Voorkomen dat iemand het deel per ongeluk of automatisch weer inschakelt |
| 3 | Spanningsloosheid vaststellen | Met een geschikte tester controleren dat er echt geen spanning meer is |
| 4 | Aarden en kortsluiten | Het deel verbinden met aarde en onderling kortsluiten, waar nodig |
| 5 | Afschermen van nabijgelegen spanningvoerende delen | Voorkomen dat iemand delen raakt die nog wel onder spanning staan |
Na afloop van het werk worden de maatregelen in omgekeerde volgorde opgeheven, en alleen na toestemming van de installatieverantwoordelijke wordt weer ingeschakeld.
De stappen nader toegelicht
1. Vrijschakelen
Vrijschakelen betekent: alle mogelijke voedingen van het installatiedeel scheiden. Denk daarbij niet alleen aan de hoofdvoeding, maar ook aan noodstroom, UPS, aggregaten, zonnepanelen, terugvoeding via stuurstroom en condensatoren die lading kunnen vasthouden. Een actueel schema is daarvoor onmisbaar.
2. Beveiligen tegen herinschakelen
De scheidingspunten worden zo vastgezet dat ze niet onbedoeld kunnen worden bediend. Dat gebeurt met een slot op de schakelaar, het verwijderen en veilig opbergen van zekeringen, of het blokkeren van een aandrijving. Een label vermeldt dat er gewerkt wordt, door wie en hoe men contact opneemt.
3. Spanningsloosheid vaststellen
Met een geschikte spanningstester wordt op alle polen gecontroleerd of het deel spanningsloos is. Test de tester vlak voor en na de meting. Dit is de stap die in de praktijk het vaakst wordt overgeslagen, met de gedachte "ik heb toch uitgeschakeld". Juist dan blijkt een verkeerde groep of een tweede voeding de oorzaak van een ongeval.
4. Aarden en kortsluiten
Aarden en kortsluiten beschermt tegen onverwachte spanning, bijvoorbeeld door terugvoeding of inductie. Bij middenspanning is het standaard; bij laagspanning hangt het af van de situatie. Leg die afweging vast in de werkinstructie.
5. Afschermen
Blijven er in de buurt delen onder spanning, dan worden die afgeschermd met isolerend materiaal of afschermplaten. Kan dat niet, dan is er sprake van werken in de nabijheid van spanning, met de bijbehorende maatregelen. Zie werkinstructies en werkmethoden.
Lockout/tagout (LOTO) in de praktijk
Lockout/tagout, vaak afgekort tot LOTO, is een term uit de industrie voor het afsluiten (lockout) en labelen (tagout) van energiebronnen voordat er onderhoud plaatsvindt. Het komt overeen met de tweede veiligheidsregel, maar wordt vaak breder toegepast: op machines, perslucht, hydrauliek en andere energiebronnen. Soms wordt ook LOTOTO gebruikt, met "try-out" als extra stap: controleren dat de machine of installatie werkelijk niet meer start. Dat sluit aan bij de derde veiligheidsregel.
Een goed LOTO-systeem bevat:
- persoonlijke sloten, waarbij elke medewerker zijn eigen slot plaatst en verwijdert;
- groepssloten of slotenkasten bij werk met meerdere personen;
- labels met naam, datum en contactgegevens;
- een procedure voor het verwijderen van een slot als de eigenaar onbereikbaar is.
Let op LOTO-procedures voor machines en de vijf veiligheidsregels voor de elektrische installatie moeten op elkaar aansluiten. Een machinestop met slot op de werkschakelaar is niet altijd hetzelfde als het spanningsloos maken van de elektrische installatie erachter.
Wie voert de veiligheidsregels uit?
Vrijschakelen en veiligstellen is werk voor personen die daarvoor zijn aangewezen, meestal vakbekwame personen, en soms voldoend onderrichte personen voor eenvoudige, omschreven schakelhandelingen. De werkverantwoordelijke controleert dat alle stappen zijn uitgevoerd voordat de ploeg begint. Welke aanwijzing daarvoor nodig is, staat bij aanwijzen: VP, VOP en leek.
Veelgestelde vragen
Moet ik altijd aarden en kortsluiten bij laagspanning?
In laagspanningsinstallaties is aarden en kortsluiten niet in elke situatie nodig, maar wel waar het risico bestaat dat het installatiedeel toch onder spanning komt, bijvoorbeeld door terugvoeding, een aggregaat, zonnepanelen of inductie. Die afweging hoort in de werkinstructie of door de werkverantwoordelijke vooraf te worden gemaakt en vastgelegd.
Wat is het verschil tussen lockout/tagout en de vijf veiligheidsregels?
Lockout/tagout (LOTO) is een praktijkterm voor het afsluiten en labelen van energiebronnen, vaak breder toegepast dan alleen elektriciteit, zoals perslucht, hydrauliek of stoom. De vijf veiligheidsregels zijn de normatieve stappen voor elektrische installaties. Beveiligen tegen herinschakelen met slot en label is in feite de tweede veiligheidsregel.
Mag ik een spanningzoeker gebruiken om spanningsloosheid vast te stellen?
Gebruik een geschikte, tweepolige spanningstester die voldoet aan de norm voor het betreffende spanningsniveau. Controleer de tester direct voor en na gebruik op een bekende spanningsbron. Een eenpolige spanningzoeker of contactloze tester is daarvoor niet betrouwbaar genoeg.