Onderwerpen
Werkinstructies en werkmethoden volgens NEN 3140
Grondslag NEN 3140 / NEN-EN 50110-1 / Arbobesluit art. 3.5
NEN 3140 kent drie werkmethoden voor werk aan of bij elektrische installaties: spanningsloos werken, werken in de nabijheid van spanning en werken onder spanning. De keuze voor een methode bepaalt welke maatregelen, bekwaamheden en middelen nodig zijn. Werkinstructies vertalen die methoden naar de concrete praktijk van uw organisatie.
De drie werkmethoden
| Werkmethode | Wat het inhoudt | Uitgangspunt |
|---|---|---|
| Spanningsloos werken | Het installatiedeel wordt vrijgeschakeld en veiliggesteld voordat het werk begint | Voorkeursmethode; zie de vijf veiligheidsregels |
| Werken in de nabijheid van spanning | Er wordt gewerkt in de buurt van spanningvoerende delen die niet zijn vrijgeschakeld | Risico beperken met afscherming, afstand of toezicht |
| Werken onder spanning (WOS) | Er wordt bewust aan spanningvoerende delen gewerkt of daarin gereikt | Alleen als spanningsloos werken niet kan; specifieke opleiding en aanwijzing |
Artikel 3.5 van het Arbobesluit gaat uit van spanningsloos werken, ook bij werk in de nabijheid van spanning. Werken onder spanning aan laagspanningsinstallaties is de uitzondering: de dringende noodzaak moet zijn aangetoond, er moet uitdrukkelijk opdracht voor zijn gegeven en er moeten doeltreffende maatregelen zijn genomen. Redenen kunnen zijn dat uitschakelen een groter risico oplevert (bijvoorbeeld voor patiënten of procesveiligheid) of technisch niet mogelijk is.
Spanningsloos werken
Bij spanningsloos werken wordt het betreffende deel vrijgeschakeld, beveiligd tegen herinschakelen en gecontroleerd op spanningsloosheid voordat iemand er aankomt. Ook dan blijft aandacht nodig voor naastgelegen delen die wel spanning voeren.
Werken in de nabijheid van spanning
Dit is in de praktijk de meest voorkomende situatie, bijvoorbeeld bij werk in een verdeelinrichting waarvan alleen een deel is vrijgeschakeld. De norm werkt met zones rond spanningvoerende delen; daarbinnen gelden maatregelen zoals afschermen, afstand houden of werken onder toezicht. Meer hierover in het artikel werken in de nabijheid van spanning.
Werken onder spanning
WOS vraagt een eigen procedure, geïsoleerd gereedschap, passende persoonlijke beschermingsmiddelen (ook tegen vlamboog) en mensen met een specifieke WOS-opleiding en -aanwijzing. Organisaties die dit doen, leggen het in een apart deel van hun bedrijfsvoering vast.
Wat staat er in een goede werkinstructie?
Een werkinstructie beschrijft hoe een bepaald soort werk veilig wordt uitgevoerd in uw organisatie. Een bruikbare instructie bevat:
- het doel en het toepassingsgebied: voor welke installaties en welke werkzaamheden;
- de werkmethode en de vereiste aanwijzing van de uitvoerenden;
- de stappen in de juiste volgorde, inclusief controlemomenten;
- benodigd gereedschap, meetmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen;
- communicatie met de installatieverantwoordelijke: toestemming, overdracht, gereedmelding;
- wat te doen bij afwijkingen of onverwachte situaties.
In de praktijk de beste werkinstructies zijn kort en specifiek. Een algemene instructie "veilig werken in verdeelinrichtingen" wordt zelden gelezen; een instructie per type handeling of installatie wel.
Werkinstructies horen bij het bedrijfsvoeringsdocument en worden periodiek met de uitvoerenden doorgenomen.
De werkvergunning
Een werkvergunning is een formulier waarmee de werkverantwoordelijke en de installatieverantwoordelijke afspraken over een specifieke klus vastleggen. Het is geen wettelijk verplicht document, maar wel een gangbaar instrument binnen de bedrijfsvoering.
Een werkvergunning bevat meestal:
- omschrijving en locatie van het werk;
- het installatiedeel en de scheidingspunten;
- de werkmethode en genomen maatregelen;
- namen van IV, WV en uitvoerenden;
- geldigheid in tijd;
- aftekening bij start, overdracht en gereedmelding.
Gebruik een werkvergunning in elk geval wanneer meerdere partijen tegelijk werken, bij werk door externen, bij werken in de nabijheid of onder spanning, en bij werk dat langer duurt dan één dienst. Zo is op elk moment duidelijk wie verantwoordelijk is voor welk deel van de installatie.
Veelgestelde vragen
Mag een elektricien zelf kiezen om onder spanning te werken?
Nee. Het Arbobesluit gaat uit van spanningsloos werken. Werken onder spanning aan laagspanningsinstallaties is alleen aan de orde als de dringende noodzaak daarvan is aangetoond en daartoe uitdrukkelijk opdracht is gegeven, en vraagt dan een specifieke aanwijzing, opleiding, procedure en uitrusting. Die afweging hoort vooraf in de organisatie te zijn gemaakt, niet door de monteur ter plaatse.
Is een werkvergunning verplicht voor elektrotechnisch werk?
Er is geen algemene wettelijke plicht om voor elk elektrotechnisch werk een werkvergunning te gebruiken. Het is wel een gangbaar hulpmiddel om de afspraken tussen installatieverantwoordelijke en werkverantwoordelijke vast te leggen. Veel organisaties schrijven het voor bij werk met verhoogd risico of bij werk door externen.
Valt meten in een verdeelkast onder werken onder spanning?
Meten wordt in NEN 3140 en EN 50110-1 apart behandeld, met eigen regels. Meten aan spanningvoerende delen vraagt geschikte meetmiddelen, beschermingsmiddelen en een persoon die daarvoor bekwaam en aangewezen is. Leg in een werkinstructie vast wie dat mag en hoe.