NEN 3140-inspectie: installatie en arbeidsmiddelen
Met een "NEN 3140-keuring" kan twee dingen worden bedoeld: de periodieke inspectie van de vaste elektrische installatie, of de keuring van elektrische arbeidsmiddelen zoals gereedschap en snoeren. Hier leest u wat beide inhouden, hoe vaak ze nodig zijn en wat Scope 8 en Scope 9 daaraan toevoegen.
In het kort
- De vaste installatie wordt periodiek geïnspecteerd op basis van een risicobeoordeling (Arbobesluit artikel 3.4); externe borging via SCIOS Scope 8.
- Elektrische arbeidsmiddelen worden gekeurd zo vaak als nodig is (Arbobesluit artikel 7.4a); externe borging via SCIOS Scope 9.
- Er is geen wettelijk vaste termijn: de werkgever onderbouwt de termijn en legt die vast.
Twee soorten inspectie
NEN 3140 kent twee periodieke controles die vaak samen "de NEN 3140-keuring" worden genoemd:
| Vaste installatie | Elektrische arbeidsmiddelen | |
|---|---|---|
| Wat | Verdeelinrichtingen, bekabeling, wandcontactdozen, vast aangesloten installatiedelen | Gereedschap, verlengsnoeren, kabelhaspels, apparatuur met stekker, verplaatsbare machines |
| Wettelijke basis | Arbobesluit artikel 3.4 | Arbobesluit artikel 7.4a |
| Normen | NEN 3140 | NEN 3140, NEN-EN 50699 en NEN-EN 50678 |
| SCIOS-scope | Scope 8 (PI) | Scope 9 |
| Meer informatie | Periodieke inspectie installatie | Keuring arbeidsmiddelen |
Een derde inspectie die bedrijven vaak tegenkomen, de Scope 10-inspectie op brandrisico volgens NTA 8220, is geen NEN 3140-inspectie. Verzekeraars vragen er vaak om; meer daarover leest u op 1010inspecties.nl.
De periodieke inspectie van de vaste installatie
Bij de periodieke inspectie beoordeelt een deskundige inspecteur of de installatie nog veilig is. Het gaat er niet om of de installatie voldoet aan de nieuwste uitgave van NEN 1010, maar of hij veilig is gebleven: zijn er beschadigingen, overbelasting, verouderde onderdelen of ondeskundige wijzigingen?
De inspectie bestaat uit:
- een visuele inspectie van onder meer verdeelinrichtingen, afdekkingen, aanduidingen, bekabeling en de geschiktheid van materieel voor de omgeving;
- metingen en beproevingen, zoals de continuïteit van beschermingsleidingen, de isolatieweerstand, de werking van automatische uitschakeling en van aardlekschakelaars;
- een rapport met de bevindingen en de beoordeling van het risico;
- de opvolging: herstel van bevindingen door een installateur en registratie daarvan.
Vaak wordt de visuele inspectie aangevuld met thermografie, waarmee warme plekken in verdeelinrichtingen zichtbaar worden.
De keuring van elektrische arbeidsmiddelen
Elektrische arbeidsmiddelen slijten en raken beschadigd door gebruik. Artikel 7.4a van het Arbobesluit verplicht de werkgever om ze zo vaak als nodig te laten keuren door een deskundige en dat te kunnen aantonen. Een keuring bestaat uit een visuele inspectie, metingen (afhankelijk van de beschermingsklasse onder meer de beschermingsleiding, de isolatieweerstand of de lekstroom) en een functietest. Het resultaat wordt per apparaat vastgelegd, meestal met een keuringslabel en een register.
Naast NEN 3140 bestaan de Europese normen NEN-EN 50699 (terugkerende keuring) en NEN-EN 50678 (keuring na reparatie). Voor lasapparatuur geldt een eigen norm.
Hoe vaak moet u inspecteren?
Noch de wet noch NEN 3140 schrijft één vaste termijn voor. De werkgever bepaalt de termijn op basis van een risicobeoordeling en legt die vast. Factoren zijn onder meer:
- de omgeving (vocht, stof, trillingen, temperatuur, buitenopstelling);
- de intensiteit en wijze van gebruik;
- de leeftijd en staat van de installatie of het materieel;
- de resultaten van eerdere inspecties;
- de gevolgen van een storing of brand voor mensen en bedrijfsvoering;
- eisen van verzekeraar, opdrachtgever of certificeringsschema (zoals VCA).
Zie risicobeoordeling en inspectietermijn, inspectietermijn bepalen en hoe vaak elektrisch gereedschap keuren.
Wie mag inspecteren?
De wet vraagt om een deskundige. Dat kan een eigen medewerker zijn die daarvoor is opgeleid en aangewezen, of een extern inspectiebedrijf. Een SCIOS-certificaat is niet wettelijk verplicht, maar geeft externe borging: een gecertificeerd inspectiebedrijf werkt volgens een vastgestelde werkwijze en wordt daarop gecontroleerd. Scope 8 geldt voor de vaste installatie, Scope 9 voor de arbeidsmiddelen. Beide vallen onder hetzelfde technisch document van SCIOS (TD12), maar het zijn aparte certificaten. Meer in Scope 8 of Scope 9.
Let op de inspectie is pas af als de bevindingen zijn hersteld. Een rapport met openstaande punten in een la geeft geen bescherming, niet bij een ongeval en niet richting de verzekeraar. Leg vast wie herstelt, wanneer, en hoe het herstel wordt gecontroleerd.
Wat doet u met het rapport?
Bespreek het rapport met de installatieverantwoordelijke, plan het herstel naar urgentie en bewaar rapport en hersteldocumentatie bij het bedrijfsvoeringsdocument. Gebruik de resultaten ook om de inspectietermijn te evalueren: veel afwijkingen kunnen reden zijn om vaker te inspecteren, een installatie die keer op keer in orde is kan reden zijn de termijn te heroverwegen.