Onafhankelijke kennis over NEN 3140-inspecties, keuringen en bedrijfsvoering Normupdates per e-mailStel een vraag

Achtergrondartikel

Aanwijzingsbeleid opstellen: zo wijst u VP, VOP en IV aan

· · 5 min leestijd

In het kort

  • Een aanwijzing is een schriftelijke beslissing van de werkgever over welke elektrotechnische werkzaamheden iemand zelfstandig mag uitvoeren.
  • Goed aanwijzingsbeleid begint bij de werkzaamheden die in uw organisatie voorkomen, niet bij de diploma's van medewerkers.
  • Leg beperkingen vast: voor welke installaties, werkmethoden en taken de aanwijzing geldt.
  • Een diploma is geen aanwijzing, en uitzendkrachten en aannemers vragen om aparte afspraken.

Bijna elke organisatie met een elektrische installatie heeft medewerkers die er iets mee doen: een storing verhelpen, een groep vrijschakelen, een machine aansluiten of een meting uitvoeren. NEN 3140 vraagt dat de werkgever vooraf bepaalt wie wat mag, en dat schriftelijk vastlegt. Dat heet aanwijzen. Het aanwijzingsbeleid beschrijft hoe u dat structureel aanpakt.

In dit artikel lopen we de stappen door, van inventarisatie tot herbeoordeling, en sluiten we af met de valkuilen die we in de praktijk het vaakst tegenkomen.

Wat is een aanwijzing en waarom schriftelijk?

Een aanwijzing is een beslissing van de werkgever dat een persoon, op basis van zijn kennis en ervaring, bepaalde elektrotechnische werkzaamheden mag uitvoeren of een bepaalde rol mag vervullen. NEN 3140:2011+A3:2019 en NEN-EN 50110-1 onderscheiden daarbij de installatieverantwoordelijke (IV), de werkverantwoordelijke (WV), de vakbekwaam persoon (VP) en de voldoend onderricht persoon (VOP). Wie niet is aangewezen, is voor de norm een leek.

De schriftelijke vorm is geen formaliteit. Zij dwingt de werkgever om bewust te beoordelen, en zij maakt voor de medewerker en zijn leidinggevende duidelijk waar de grenzen liggen. Bij een incident is de aanwijzing bovendien een van de eerste documenten waar naar wordt gevraagd. De rollen zelf worden uitgebreider beschreven op de pagina aanwijzen: VP, VOP en leek.

Rol Kern van de rol Typische aanwijzing
Installatieverantwoordelijke (IV) Draagt de directe verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering van een installatie Per installatie of installatiedeel, met vervanging
Werkverantwoordelijke (WV) Draagt de directe verantwoordelijkheid voor een uit te voeren werk Per type werk of project
Vakbekwaam persoon (VP) Heeft voldoende opleiding en ervaring om risico's zelf te herkennen en te vermijden Voor omschreven werkzaamheden en installaties
Voldoend onderricht persoon (VOP) Is zodanig geïnstrueerd dat hij risico's kan vermijden bij omschreven taken Voor beperkte, duidelijk afgebakende taken

Stap 1: werkzaamheden inventariseren

Begin niet bij de mensen, maar bij het werk. Welke elektrotechnische handelingen komen in uw organisatie voor? Denk aan schakelen in verdeelinrichtingen, vervangen van smeltpatronen, storingzoeken aan besturingen, aansluiten van machines, metingen voor onderhoud en keuren van arbeidsmiddelen.

Koppel elke handeling aan de installatie waar die plaatsvindt en aan de werkmethode: spanningsloos, in de nabijheid van spanning of onder spanning. Zo ontstaat een matrix van werkzaamheden, installaties en methoden. Die matrix is de basis voor het hele beleid, en sluit aan op de risico's uit uw RI&E.

Stap 2: kennis en ervaring beoordelen

Per medewerker beoordeelt u of zijn kennis en ervaring passen bij de werkzaamheden die hij gaat uitvoeren. Dat is meer dan een diploma controleren. Relevante vragen zijn:

  • Welke vakopleiding heeft de medewerker, en sluit die aan op de installaties waar hij werkt?
  • Welke praktijkervaring heeft hij met deze installaties en werkmethoden?
  • Kent hij de interne werkinstructies en de vijf veiligheidsregels, en kan hij die toepassen?
  • Heeft hij een NEN 3140-training gevolgd die past bij de beoogde rol?

Leg de beoordeling vast, bijvoorbeeld in een kort gesprek met praktijkobservatie door de IV of een ervaren VP. Wie wil weten welke opleidingen gangbaar zijn en hoe u bekwaamheid onderhoudt, vindt meer op de pagina opleiding en vakbekwaamheid.

Stap 3: schriftelijk aanwijzen en beperkingen vastleggen

De aanwijzing zelf is een document dat de werkgever, of een daartoe gemachtigde leidinggevende, ondertekent. De medewerker tekent voor gezien en akkoord. Een goede aanwijzing bevat ten minste:

  1. Naam en functie van de medewerker.
  2. De rol: VP, VOP, WV of IV.
  3. De installaties of installatiedelen waarvoor de aanwijzing geldt.
  4. De toegestane werkmethoden en eventueel uitgesloten handelingen.
  5. Bijzondere voorwaarden, zoals altijd werken met een tweede persoon.
  6. Ingangsdatum en moment van herbeoordeling.
  7. Handtekeningen van werkgever en medewerker.

De beperkingen zijn het belangrijkste deel. Een onderhoudsmonteur kan VP zijn voor de machines in hal 1, maar VOP voor de hoofdverdeler. Een medewerker kan zijn aangewezen voor spanningsloos werken, maar niet voor werken onder spanning. Hoe preciezer de aanwijzing, hoe beter zij beschermt.

Voor de IV en de WV gelden extra aandachtspunten. De IV moet beschikbaar en bereikbaar zijn en voldoende zeggenschap hebben over de installatie. Bij de WV gaat het om de verantwoordelijkheid voor het werk; meer daarover leest u op de pagina over de werkverantwoordelijke.

Stap 4: geldigheid en herbeoordeling

Een aanwijzing is geen levenslang certificaat. De wet kent geen vaste geldigheidsduur, maar een aanwijzing die jaren niet is bekeken, zegt weinig over de huidige bekwaamheid. Leg daarom in uw beleid vast wanneer u herbeoordeelt. Gangbaar is een vaste periode, aangevuld met momenten waarop de aanwijzing direct opnieuw moet worden bekeken:

  • bij een functiewijziging of overplaatsing naar een andere locatie;
  • bij ingrijpende wijzigingen aan de installatie;
  • na een incident of een ernstige overtreding van de werkinstructies;
  • als de medewerker langere tijd geen elektrotechnisch werk heeft gedaan.

Bij het vervallen van een aanwijzing, bijvoorbeeld bij uitdiensttreding, trekt u haar schriftelijk in. Het aanwijzingsbeleid zelf neemt u op in het bedrijfsvoeringsdocument.

Let op een aanwijzing is persoonsgebonden en geldt binnen uw organisatie. Neemt u een medewerker over van een andere werkgever, dan neemt u zijn oude aanwijzing niet automatisch over. U beoordeelt opnieuw en wijst zelf aan.

Valkuilen bij het aanwijzen

Diploma is geen aanwijzing. Een MBO-diploma elektrotechniek of een NEN 3140-certificaat van een opleider zegt iets over kennis, maar niets over de installaties en taken in uw organisatie. Het trainingscertificaat is input voor de beoordeling, niet de aanwijzing zelf.

Alles-of-niets-aanwijzingen. "VP voor alle installaties" klinkt efficiënt, maar is zelden te verdedigen. Zeker bij installaties met hoge kortsluitvermogens of afwijkende systemen hoort een specifieke beoordeling.

Uitzendkrachten. Voor de Arbowet heeft de inlener de verplichtingen van een werkgever ten opzichte van ingeleende krachten. Dat betekent dat u als inlener zelf beoordeelt en aanwijst voor het werk in uw installatie. Een verklaring van het uitzendbureau kan helpen, maar vervangt uw eigen aanwijzing niet.

Aannemers. Medewerkers van een aannemer worden aangewezen door hun eigen werkgever. U vraagt als opdrachtgever wel om aan te tonen dat dit is gebeurd en dat de aanwijzing past bij het werk. Uw IV blijft bepalen of en onder welke voorwaarden er aan de installatie wordt gewerkt. Bij een externe IV verdient dat extra aandacht; zie een externe installatieverantwoordelijke inhuren.

Geen overzicht. Houd een actueel register bij van alle aanwijzingen met rol, reikwijdte en herbeoordelingsdatum. Zo ziet de IV in één oogopslag wie hij voor welk werk kan inzetten.